Ken je dat gevoel, dat je jezelf bijna automatisch aanpast aan de mensen om je heen? Alsof je een kameleon bent die overal wel in past, maar ondertussen steeds een stukje van zichzelf verliest. Aanpassen lijkt een kracht, maar als het een overlevingsmechanisme wordt, raak je langzaam jezelf kwijt. In deze blog deel ik mijn eigen verhaal én hoe je kunt ontdekken of jouw aanpassingsgedrag echt bij je hoort – of vooral bedoeld is om erbij te mogen zijn.
Als kind verhuisde ik vaak. Nieuwe huizen, nieuwe scholen, nieuwe mensen om me heen. Ik leerde al snel: waar je mij ook neerzet, ik moet mezelf zien te redden. Mijn superpower? Ik blend moeiteloos in iedere situatie. Ik voel feilloos aan wat er nodig is om erbij te horen, om aardig gevonden te worden, om niet op te vallen.
Lange tijd heb ik dit gezien als kracht. En eerlijk: het heeft me veel gebracht. Maar diep van binnen weet ik ook dat deze vaardigheid voortkomt uit angst. Angst om afgewezen te worden. Om niet welkom te zijn. Om een buitenbeentje te blijven. Want als je steeds opnieuw moet landen in een onbekende omgeving, is aanpassen soms geen keuze, maar noodzaak.
Aanpassen: meer dan stil zijn
Aanpassen is niet alleen je mond houden of je emoties inslikken. Het is actief iets doen:
- Je gedrag veranderen om in de groep te passen
- Je mening inslikken als die anders is
- Je interesses aanpassen aan wat “de rest” leuk vindt
- Extra je best doen om aardig gevonden te worden
- Altijd de harmonie willen bewaren, zelfs als dat ten koste van jezelf gaat
Het lijkt misschien sociaal, flexibel, makkelijk. Maar als je altijd bezig bent met wie je moet zijn voor een ander, kun je langzaam jezelf kwijtraken.
Waar komt dit vandaan?
Aanpassen is een overlevingsmechanisme. Je zenuwstelsel kiest onbewust voor veiligheid:
- “Als ik erbij hoor, ben ik veilig.”
- “Als ik me aanpas, word ik niet afgewezen.”
- “Als ik aardig ben, mag ik blijven.”
Dit patroon ontstaat vaak al vroeg. Misschien omdat je als kind vaak verhuisde, of omdat je je anders voelde dan de rest. Misschien omdat je ouders, leraren of leeftijdsgenoten je onbewust het signaal gaven dat je “anders” niet goed genoeg was.
Hoe herken je het bij jezelf?
- Je past je snel aan in groepen en voelt je onrustig als je opvalt
- Je zegt vaak “ja” terwijl je “nee” bedoelt
- Je twijfelt aan je eigen mening als die afwijkt van de groep
- Je voelt je uitgeput na sociale situaties
- Je vindt het moeilijk om je grenzen aan te geven
- Je voelt je leeg of niet echt jezelf na een dag “meedoen”
Is dit wie ik ben, of wat ik heb geleerd?
Dit is een belangrijke vraag. Is aanpassen een deel van je karakter – ben je van nature sociaal, invoelend, diplomatiek? Of is het een strategie die je ooit nodig had om te overleven?
Een paar vragen om jezelf te stellen:
- Kan ik ook mezelf zijn als ik alleen ben, of voelt dat onwennig?
- Durf ik mijn echte mening te geven, ook als dat spanning oplevert?
- Voel ik me veilig als ik anders ben dan de rest?
- Krijg ik energie van mezelf aanpassen, of kost het me vooral kracht?
De weg terug naar jezelf
Aanpassen is niet fout. Het heeft je geholpen te overleven. Maar je mag ontdekken dat je welkom bent – precies zoals je bent. Je hoeft niet altijd te blenden, te pleasen, of te verdwijnen in de groep. Je mag ruimte innemen, je eigen kleur laten zien.
In mijn praktijk werk ik regelmatig met mensen die zichzelf zijn kwijtgeraakt in het aanpassen. Samen onderzoeken we waar het patroon vandaan komt, en hoe je stap voor stap weer mag thuiskomen bij jezelf. Zodat je niet alleen overleeft, maar echt leeft.
Herken je jezelf hierin? Of wil je onderzoeken hoe jij weer meer jezelf kunt zijn, ook in contact met anderen? Je bent van harte welkom voor een kennismakingsgesprek of meer informatie over mijn trajecten. Je hoeft het niet alleen te doen. Kijk op mijn website voor mijn aanbod, of plan een gratis kennismaking.

